Soorten Noodverlichting Soorten noodverlichting
In de normen wordt noodverlichting in verschillende soorten onderverdeeld:

Stand-by-verlichting (ook wel: vervangingsverlichting)
Vervangingsverlichting is volwaardige verlichting die inschakelt bij stroomuitval en zorgt ervoor dat normale activiteiten onder zo goed als ongewijzigde omstandigheden kunnen worden voortgezet. Hierbij gelden niet in de eerste plaats veiligheidsmotieven, maar technische of economische argumenten.

Noodevacuatieverlichting
Noodevacuatieverlichting geldt als voorziening voor mensen die vanwege een calamiteit en daaropvolgende stroomuitval direct een locatie moeten verlaten of – voordat ze weg kunnen – eerst nog een (gevaarlijk) proces moeten afsluiten.

Noodevacuatieverlichting kan worden onderverdeeld in:

Vluchtrouteverlichting
Vluchtrouteverlichting zorgt ervoor dat vluchtwegen en eventuele obstakels op de route goed zijn te herkennen, zodat een gebouw op een veilige manier kan worden verlaten.
Armaturen voor vluchtrouteverlichting moeten na het uitvallen van de stroom binnen 15 seconden minimaal de gewenste
lichtsterkte kunnen produceren. In ruimten met een verhoogd risico geldt hiervoor zelfs een tijdsbestek van 0,5 seconde. De kleurweergave-index (Ra) van een lichtbron moet minimaal 40 bedragen. Anders kunnen mensen de groene veiligheidskleuren van de vluchtroute onvoldoende goed herkennen.

Vluchtrouteaanduiding
Vluchtrouteaanduiding markeert de vluchtroute, is permanent verlicht en is te herkennen aan pictogrammen en kleuren waaruit blijkt hoe een gebouw of bouwwerk kan worden verlaten. De betreffende pictogrammen en kleuren worden in detail beschreven in de norm NEN-EN-ISO 7010.
Als het gaat om de vluchtrouteaanduiding, dan moeten armaturen binnen 15 seconden na de stroomuitval aan vastgestelde zichtbaarheidseisen voldoen. Deze luiden als volgt:
– De kleuren zijn conform ISO 3864.
– De luminantie van elk deel van de veiligheidskleur bedraagt minimaal 2 cd/m2
– De verhouding tussen de maximale en de minimale luminantie binnen zowel het witte gedeelte als de veiligheidskleur is niet groter dan 10:1.
– De verhouding van de luminantie Lwit tot de luminantie Lveiligheidskleur mag niet kleiner zijn dan 5:1 en niet groter dan 15:1.

Anti-paniekverlichting
De anti-paniekverlichting stelt mensen bij calamiteiten in staat een plaats te bereiken vanwaar ze verder gebruik kunnen maken van een vluchtroute.
Deze noodverlichting wordt bereikt middels een horizontale verlichtingssterkte van minstens 0,5 lux op de vloer, zodat mensen de vluchtroute veilig kunnen bereiken. De 0,5 lux geldt niet in een randzone van 0,5 m van het gebied.

Verlichting voor werkplekken met verhoogd risico
Verlichting voor werkplekken met verhoogd risico is er voor de veiligheid van personen die als onderdeel van hun werk verantwoordelijk zijn voor (gevaarlijke) processen of in een gevaarlijke situatie kunnen komen te verkeren. De verlichting stelt hen in staat een juiste afsluitprocedure uit te voeren, zodat de veiligheid van andere mensen in het gebouw niet in het geding komt. Voor noodverlichting van werkplekken met een verhoogd risico geldt: een minimale verlichtingssterkte van 15 lux op de vloer en minimaal 10 procent van de normale verlichtingssterkte.

Deze noodverlichting moet worden geplaatst bij:
  • iedere uitgangsdeur voor ontruiming
  • alle trappen waarbij iedere tree direct licht ontvangt
  • elke niveauverandering
  • iedere vluchtweg-aanduiding en nooduitgang
  • elke richtingsverandering van de vluchtweg
  • elke kruising van gangen
  • de ontruimingsuitgang
  • de eerste hulp-post (5 lux)
  • iedere brandblusvoorziening of brandmeldpunt (5 lux)

De vereiste 5 lux geldt alleen als deze voorzieningen zich niet bevinden in een vluchtroute of anti-paniek-ruimte.
    10-09-2021 14:14     Reacties ( 0 )
Reacties (0)

Geen reacties gevonden.